Inloggen

Op die kleine zwarte stoeltjes....

Column:

Op die kleine zwarte stoeltjes.........

Op deze vlucht van Uganda naar Nederland raakte ik in gesprek met een jongen. Deze jongen, van 16 jaren oud, was afkomstig uit Kongo.
Aan boord hadden we een groep vluchtelingen uit Kongo en hij hoorde bij deze groep. De jongen, Axell genaamd, was met een aantal oudere zussen op weg naar Denemarken. Axell was toendertijd zo’n 1 meter 85 lang en hij droeg een prachtig, traditioneel Afrikaans gewaad. Zilvergrijze kleur en daaronder had hij nette zwarte schoenen aan.
Toen ik mijn collega, achter in het toestel, ging opzoeken, was Axell even bij haar in de galley een kijkje komen nemen. De kale, ietwat verlegen, jongen zat te smullen van de Mars reep, die hij gekregen had van mijn collega.
Verlegen, doch erg nieuwsgierig, bleef hij bij ons in de galley staan. Hij begon te vertellen over wat hij van het vliegen vond, over mijn baan. Zijn Engels was matig, maar wel verstaanbaar. Ik vroeg hem naar zijn doel in Denemarken, terwijl ik in mijn hoofd natuurlijk al wist hoe de vork in de steel zat.
‘I’m going to Denmark to study,’ was zijn antwoord. Hij wil elektricien worden. Dat zeggende, wees hij naar de verlichting van de galley boven zich. Terwijl hij nog een Twix uit de doos raapte, grabbelde hij tussen de tijdschriften en kranten die in de galley lagen. Dit deed hij op een, voor ons, erg asociale manier, maar we accepteerden het.
We spraken verder over talen. Axell beheerste 3 Afrikaanse talen en een basis Frans en Engels. Terwijl er een sliert caramel aan zijn onderlip hing vertelde hij verder over dat hij nooit zijn échte moedertaal heeft kunnen leren. De taal in die men in Kongo spreekt.
Zijn vader leeft niet meer en over zijn moeder is hij niet begonnen. Nu behoort hij bij de groep mensen richting Denemarken, samen met een paar oudere zussen. Één andere zus komt een week later, die is nog in Uganda. Bij iedere zin keek hij me diep in mijn ogen aan, zijn ogen vroegen of ik wel begreep wat hij zei.
Terwijl hij onschuldig en lief zat te lachen, merkte ik dat hij zich zat af te vragen hoe hij het anders kon zeggen, zodat ik het ook zou begrijpen, want ik heb de helft niet verstaan.

Op dat moment werden wij door de captain gebeld en mijn collega antwoordde de telefoon. We hebben bijna de oversteek van de Middellandse zee gemaakt en links van ons was, tijdens deze heldere nacht, Malta te zien. Ik en mijn collega liepen de cabine in om even een blik te werpen naar buiten. En ja, daar zagen wij Malta liggen, prachtig verlicht midden in een zwart gat. Ik maakte een gebaar naar Axell dat hij ook even moest komen kijken. Hij stond tussen ons in naar buiten te kijken en te genieten van het prachtige uitzicht. Terwijl hij bleef staren liepen ik en mijn collega weer terug naar achteren en net op dat moment wil Axell toch een beter zicht. Hij gaat plotseling naast een vreemde passagier zitten en schuift haar raamklepje open. De vrouw schrikt zich wezenloos en kijkt ons met bange ogen aan. Axell merkt het en gaat weer weg… Een beetje geschrokken en met een ondeugende lach komt hij weer naar ons toe lopen. ‘She didn’t like that!’ zei hij tegen me.
Ondertussen had ik een tijdschrift gepakt met een map van Europa. Ik liet hem zien waar Malta lag en waar we nog overheen zouden vliegen. Hij wilde eigenlijk graag Parijs zien, maar die stad lag niet op onze route. Wel Rome, waar zijn tante naartoe was gevlucht…

Terwijl Axell nog meer Tuc’s, Twix en Maltesers naar binnen aan het werken was vertelde ik hem meer over het vliegtuig en over onze route.
We kwamen dichter en dichter bij aankomsttijd en wij moesten ons gaan voorbereiden op het ontbijt. Ik lachte naar Axell en zei tegen hem:’I’m going back to work now. I’ll talk to you later, ok?’ Hij lachte even terug, knikte en bleef nog eventjes achter in de galley, waarna hij terugkeerde naar zijn stoel. Naar de groep, naar de andere vluchtelingen.

Terwijl ik in mijn galley het ontbijt aan het voorbereiden was, merkte ik dat ik aangedaan was. Axell had erg indruk op me gemaakt tijdens het gesprek en mijn emotiegehalte lag al aardig hoog na mijn bezoek aan een weeshuis in Uganda.
Na de ontbijtservice was er nog maar weinig tijd over tot aankomst en we zijn druk geweest totdat we konden gaan zitten voor de landing.

Eenmaal bij de gate, toen we begonnen met uitstappen zag ik hem weer zitten. De groep vluchtelingen bleef erg lang zitten. Met zijn allen moesten ze hierna doorvliegen naar Denemarken. Dat had de vluchtelingenorganisatie zo voor ze geregeld. Ik zag ze echter erg twijfelachtig om hen heen kijken en ze wachtten af. Nog maar een paar passagiers te gaan en uiteindelijk stonden ook deze onzekere mensen op. Axell had geen handbagage bij zich, helemaal niks. En bij het uitstappen maakte hij een omweg naar mij toe. Maar in plaats van door te lopen om van boord te gaan, bleef hij staan. Passagiers wilde hem voor laten gaan, maar hij bleef wachten.
Ik groette nog een man die voorbij liep:’Goodbye, thank you.’
Ik lach zo vriendelijk als ik kan, terwijl Axell mij nog steeds aan het aanstaren is. Ik kijk hem even aan in zijn ogen en terwijl de passagiers tussen onze blikken doorliepen, zei hij:
‘You are home now, you look happy…’.
Op dat moment wist ik niet wat me overkwam. Ik voelde me zo zwaar verdrietig.
Inderdaad. Ik heb een big smile op mijn gezicht, want ik ga naar huis toe. Ik ben weer thuis. Axell is nu aangekomen in een andere wereld. Zonder zijn ouders, met enkel zijn zussen en een groep vreemde mensen is hij hier. Voor eventjes en hij gaat verder. Verder naar weer een ander land. Andere mensen, een andere taal. Wéér een andere taal, andere gebruiken, een totaal andere wereld.
Mijn lippen bewegen zenuwachtig op en neer, ik probeer wat te zeggen maar ik weet niet wat. Ik stotter lichtjes, maar uiteindelijk durf ik hem te vragen: ‘Are yóu happy?’.
Als reactie trok hij zijn schouders op en zonder woorden zei hij het:
Ik weet het niet. Hij wist het niet. Ik voelde een zware last op mijn schouders. Natuurlijk weet hij het niet. Dit moet beter voor hem zijn., maar hij weet van niks. Hij kent niks. Hij weet niet waar hij naartoe gaat, hij weet niet wat er gaat gebeuren. Zijn thuis bestaat niet meer. Axell móet nu in Denemarken een nieuw thuis creëren. Samen met zijn zussen een nieuw leven opbouwen in een wereld en omgeving die hem totaal vreemd is, totale onzekerheid.
‘I know you will be a good electrician. You will be happy to’, is het enige wat ik nog eruit kan krijgen. Hij trekt even zijn wenkbrauwen omhoog, knikt. Heel eventjes zag ik weer die lieve, verlegen lach. En toen liep hij door…

Na onze laatste taken aan boord te hebben verricht, verlaten ook wij het toestel. In de gate zit de hele groep vluchtelingen te wachten. Axell steekt met zijn hoofd net iets boven de anderen uit. Ik kijk hem even aan met een kleine lach, op het moment dat een Amerikaanse vrouw stressvol naar mij toe komt lopen. Zwaaiend met haar instapkaart vertelt ze dat ze haar connecting flight nergens op de beeldschermen ziet en ze wilt hem absoluut niet missen, dat zou rampzalig zijn voor haar. Kalm en zo vriendelijk mogelijk, na 12 uur werken, leg ik haar uit dat ze even contact op moet nemen met het grondpersoneel.
De rest van de bemanning is al doorgelopen en ik stap ook op de lopende band. Nog even zwaaien naar de omgedraaide, 16-jarige, Axell. Ik was verrast toen alle, ongeveer 15, vluchtelingen uit Kongo -met een glimlach- terugzwaaiden.
Daar zaten ze, te wachten tot iemand ze op zou vangen. Ik ga nu naar huis en zij wachten daar af. Op die kleine, zwarte stoeltjes van Schiphol kijken sommige rond, anderen staren enkel voor zich uit.

Ik sloot me aan bij de rest van de crew, we haalden onze koffers op, namen afscheid en ik ging naar de parkeerplaats. Eenmaal daar deed ik mijn koffer in de kofferbak, trolley op de bijrijderstoel. Rustig liep ik naar de andere kant van de auto, deed de deur open. Sleutels gooide ik op de stoel, ik trok mijn colbert uit en hing hem netjes op in de auto. Zo komen er geen kreukels in. Op mijn gemak stapte ik in. Met een zucht startte ik mijn auto en reed weg van Schiphol.
Op dat moment besefte ik het me maar al te goed.
I am home now, I am happy.

Anastasios Papaioannou


Citaat uit de film: 'Cidade des Homens' (City of Men)

"Ik weet niet voor hoe lang, maar nu ben jij binnen en ik buiten. Weg van de plek waar ik ben geboren. De plek waar iedereen me kent. Waar iedereen mijn naam weet. Weg van de plek die van mij was."

 

Terug naar overzicht columns

Mocht jij het ook leuk vinden om een column op vliegvrienden te plaatsen neem dan contact met ons op!

 Privacy  |  Algemene Voorwaarden  |  Contact  
Onze sponsers

Glamour

Welke glamour? Net voor het schrijven van deze column viel mijn oog op een artikel van een journalist van het AD die in de zaterdageditie altijd een reisverhaal schrijft. Hij schrijft deze keer in zijn column over de verandering van het beroep van cabin attendant. Hij kwam op dit verhaal toen hij op Schiphol op het vertrek van zijn vlucht zat te wachten. Hij zag daar een stewardess voorbij komen die met zware stappen op weg was naar haar volgende vlucht. “Ze sleepte zich met zichtbare tegenzin naar het vliegtuig, dat nauwelijks zou zijn schoongemaakt voor een bomvolle vlucht waarop het cabinepersoneel zich weer zou moeten haasten om alles af te krijgen”. Hier sloeg hij de spijker dus op de kop. Want dit is de realiteit van het hedendaagse vliegen. Vliegtuigen die afgeladen zijn met passagiers en - zeker na invoering van het Loopbaan Beleid – op veel vluchten worden uitgevoerd door te weinig cabinepersoneel. “Het ooit zo zwierige beroep is door de rekenmeesters van de airlines uitgekleed tot iets puur functioneels”, slaat hij nogmaals de spijker op de kop.

Alles nog eens overdenkend wat er de afgelopen jaren allemaal mis is gegaan met ons mooie beroep, kom ik wederom tot de conclusie dat de invoering van het Loopbaan Beleid heeft geleid tot slechts ergernissen. Ergernissen bij de crew die opgezadeld werd met een ongekend hoge werkdruk omdat diezelfde rekenmeesters hadden bedacht dat op een aantal vliegtuigen de “mankracht” wel met 10% of meer kon worden terug gebracht. Ergernissen bij de passagiers omdat zij werden geconfronteerd met cabinepersoneel dat niet meer te motiveren leek en zich dus met zichtbare tegenzin naar het vliegtuig begeeft, zoals die journalist was opgevallen. De invoering van dit beleid heeft alleen maar verliezers opgeleverd en dat hoor ik diezelfde rekenmeesters nog steeds niet roepen, want je gaat natuurlijk niet je eigen disfunctioneren aan de kaak stellen. En omdat ze het zelf niet doen, ben ik niet de beroerdste om dit namens deze “rekenmeesters” nogmaals te doen. Vergeet om die reden niet om de enquête over werkdruk in te vullen.

Met vriendelijke groet,

Ton Scherrenberg

Voorzitter VNC

Zou jij het ook leuk vinden om een column op vliegvrienden te plaatsen, neem dan contact met ons op!

Toon alle columns